Shaych Ahmed ibn Jehjaa an-Nedjmie

Auteur: Shaych Mohammed ibn Haadie al-Madchalie, een student van Shaych an-Nedjmie rahiemahoellaah.

Zijn naam en afkomst:

Hij is onze edele Shaych, de ‘Allaamah, de Moehaddith, de Faqieh, de Moeftie van de streek Djaazaan (in het zuiden van Saoedie Arabië) en de drager van de vlag van de Soennah en Hadieth daar: Shaych Ahmad ibn Jahjaa ibn Mohammed ibn Shabier an-Nedjmie Aale Shabier van de welbekende stam Banie Hoemmad uit de streek Djaazaan.

Zijn geboorte:

De shaych, hafidhehoellaah, is geboren in het dorp van Nedjaamiejah op de 22e van de maand Shawaal, 1346NH. Hij is opgegroeid in het huis van zijn twee rechtschapen ouders, welke geen gelijke kennen om mee te vergelijken. Vanwege dit hebben zijn ouders allebei de belofte gedaan aan Allaah om hem niet te belasten met enig soort van wereldse baantjes en betrekkingen en Allaah heeft datgene wat zij wensten doen laten uitkomen.


Allebei zijn ouders waren constant waakzaam en oplettend over hun zoon, tot zoverre dat zij hem niet eens met andere kinderen lieten spelen. Toen hij de leeftijd van puberteit bereikte, brachten ze hem naar de scholen van het dorpje waar hij leerde lezen en schrijven. Hij leerde de Qor’aan te reciteren voor de komst van Shaych ‘Abdoellaah el-Qar’aawie[1] (rahiemehoellaah) die tot drie keer toe naar deze streek kwam waarvan de laatste keer in 1358 na Hidjra was. Sindsdien is Shaych el-Qar’aawie ook in deze streek gebleven.

Eerst leerde hij de Qor’aan memoriseren bij Shaych ‘Abdoe ibn Mohammed ‘Aqiel an-Nedjmie in 1355 na Hidjra. Vervolgens leerde hij bij Shaych Jahjaa Faqieh ‘Abasie, die afkomstig was uit Jemen en naar Nedjaamiejah was gekomen en daar is gebleven. Onze Shaych heeft bij hem gestudeerd in het jaar 1358 na Hidjra. Maar toen Shaych ‘Abdoellaah el-Qar’aawie in Nedjaamiejah arriveerde, vond er een debat plaats tussen hem en deze leraar (Shaych Jahjaa Faqieh) betreffende de kwestie van Allaah’s verheffing en verrijzing (boven de troon; istiwaa ‘ala) want deze leraar was een ‘Ash’arie. Nadat Shaych el-Qar’aawie hem verslagen had ontvluchtte hij het dorp.

“En zo worden de wortels van de kwaaddoeners afgekapt, alle lof behoor aan Allaah, Rabbiel-‘Alemien (Heer van de Werelden, mensheid, djinn, alles wat bestaat).” (Soerah el-An’aam 6:45)

Zijn educatieve opvoeding:

Nadat de ‘Ash’arie leraar weg was gegaan, begon de Shaych, samen met zijn twee ooms van vaderszijde, Hasan ibn Mohammed an-Nedjmie en Hoesayn ibn Mohammed an-Nedjmie, regelmatig een aantal dagen aanwezig te zijn in de lessen van Shaych el-Qar’aawie, maar dit duurde niet voort. Dit was in het jaar 1359 na Hidjra. In 1360, om precies te zijn in de maand Safar, voegde hij zich bij de Madrasah es-Selefiejah (de Selefie School) en reciteerde daar de Qor’aan bij Shaych ‘Othmaan ibn ‘Othmaan Hamlie (rahiemehoellaah), onder de supervisie van Shaych ‘Abdoellaah el-Qar’aawie (rahiemehoellaah). Hij reciteerde de gehele Qor’aan met tadjwied bij hem en memoriseerde de volgende boeken:

- “Toehfatoel-Atfaal”
- “Hidaajatoel-Moestafied”
- “Thalaathatoel-Oesoel”
- “El-‘Arba’ien en-Nawawiejah”
- “El-Hisaab”.


Verder perfectioneerde hij de methode van het handschrift.


Hij zat daar in de studie kringen, die Shaych el-Qar’aawie had opgezet, tot dat de jongere studenten vertrokken na Salaatoedh-Dhohr. Hierna wilde hij aanwezig zijn bij de studie kringen die bedoeld waren voor de oudere studenten, welke door Shaych ‘Abdoellaah el-Qar’aawie persoonlijk werden onderwezen. Dus hij bleef bij deze lessen zitten vanaf Salaatoedh-Dhohr tot en met Salaatoel-‘Ishaa. Nadat hij ‘Ishaa had gebeden, keerde hij terug naar zijn dorp Nedjaamiejah met zijn twee ooms (Hassan en Hoesayn).

Na vier maanden gaf Shaych ‘Abdoellaah el-Qar’aawie hem toestemming om zich aan te sluiten bij de studie kring voor oudere studenten, welke door de Shaych zelf werd onderwezen. Bij de Shaych leerde hij de volgende boeken:

- “Er-Rahebiejah” betreffende de erfenis wetten
- “El-Aadjroemiejah” betreffende de Arabische grammatica
- “Kitaaboet-Tauwhied”
- “Boeloer el-Maraam”
- “El-Beeqoeniejah”
- “Noechbatoel-Fikr”met zijn uitleg “Noezhatoen-Nadhr”
- “Moechtasaraat fie Sierah”
- “Tasrief el-Razie”
- “El-‘Awaamil fie en-Nahw”
- “El-Waraqaat” betreffende de principes van Oesoel el-Fiqh
- “El-‘Aqiedah et-Tahaawiejah” met de uitleg van Shaych ‘Abdoellaah el-Qar’aawie. Dit was voordat men de uitleg van ibn Abiel-‘Izz had gezien.


Hij studeerde ook verschillende delen van het boek “el-Elfiejah” van ibn Maalik en “Ed-Dorar el-Bahiejah” met zijn uitleg “Ed-Daraarie el-Madiejah” betreffende Fiqh, allebei geschreven door Iemaam esh-Shauwkaanie (rahiemehoellaah). Dit geldt ook voor andere boeken, of ze nu behoorden tot de categorie die zij als onderwerp kregen aangewezen, zoals de hiervoor genoemde boeken, of dat ze behoorden tot de categorie die zij bestudeerden voor culturele educatie in beknopte verhandelingen en kleine pamfletten, of die boeken naar welke zij refereerden zoals Neeloel-Auwtaar, Zaad el-Ma’aad, Noeroel-Jaqien, El-Moewatta en El-Oemmoehaat (letterlijk de moederboeken i.e. Boechaarie, Moslim, et-Tirmidhie, Aboe Daawoed, en-Nesaa-ie, Ibn Maadjah).

In 1362 na Hidjra deelde Shaych ‘Abdoellaah, rahiemehoellaah, delen van de Oemmohaat (Hadieth boeken), die aanwezig waren in zijn bibliotheek, uit onder zijn studenten, zoals Sahieh el-Boechaarie, (Sahieh Moslim), Soenan Aboe Daawoed, Soenan en-Nesaa’ie, Moewatta van Imaam Maalik. Dus zijn (oudere) studenten begonnen deze boeken bij hem te leren maar zij voltooiden deze niet bij hem. Zij moesten afscheid nemen van hem vanwege de voortdurende droogte.

In 1364 na Hidjra keerden zij terug en leerden dezen bij hem. Vervolgens gaf Shaych ‘Abdoellah hem de idjaazah (religieuze permissie) om verslag te doen van el-Oemahaat es-Sittah (zes moederboeken van Hadieth). In 1369 na Hidjra studeerde hij bij Shaych Iebraahiem ibn Mohammed el-‘Amoedie, (rahiemehoellaah) de rechter van Saamitah in die tijd, twee boeken: “Islaah al-Moedjtami’a” en het boek van Shaych ‘Abdoer-Rahmaan ibn Sa’adie (rahiemehoellaah) over Fiqh, welke is opgesteld in de vorm van vraag en antwoord, genaamd: “Al-Irshaad ilaa Ma’rifatiel-Ahkaam.”

Ook studeerde hij, op gezag van Shaych ‘Abdoellaah el-Qar’aawie, bij Shaych ‘Alie ibn ash-Shaych Ziejaad es-Somalie het vak grammatica. Hij studeerde het boek: “El-‘Awaamil fie en-Nahwi Mi’ah” en andere boeken over grammatica en morfologie.

In 1384 na Hidjra nam hij deel aan de studie kringen van de Shaych, de Iemaam, de ‘Allaamah, de voormalige Moeftie van Saoedi Arabië, Shaych Mohammed ibn Iebraahiem Aal esh-Shaych (rahiemehoellaah) voor de periode van bijna twee maanden. In deze kringen leerde hij “Tafsier ibn Djarier et-Tabarie” met de recitatie van ‘Abdoel-‘Aziez esh-Shalhoeb, met betrekking tot het vak van tafsier. Eveneens, in hetzelfde jaar nog, nam hij deel aan de bijeenkomsten van ons Shaych, de Iemaam, de ‘Allaamah, de voormalige Moeftie na Shaych Iebraahiem Aal esh-Shaych, Shaych ‘Abdoel-‘Aziez ibn Baaz (rahiemehoemaa Allaah voor de periode van anderhalve maand. Deze lessen gingen over Sahieh el-Boechaarie en vonden plaats tussen de gebeden van Machrib en ‘Ieshaa.

Zijn leraren:

Van wat je hebt gelezen wordt duidelijk dat tot zijn leraren behoren:

1.) Shaych Iebraahiem ibn Mohammed el-‘Amoedie, de rechter van Saamietah in zijn tijd.
2.) Shaych Haafidh ibn Ahmed el-Hakamie (rahiemehoellaah)
3.) De Shaych, de ‘Allaamah, de Uitnodiger, de Hervormer (Moedjaddid) van het zuidelijke deel van het koninkrijk van Saoedi Arabië, ‘Abdoellaah el-Qar’aawie (rahiemehoellaah).
4.) Shaych ‘Abdoe ibn Mohammed ‘Aqiel an-Nedjmie
5.) Shaych ‘Othmaan ibn ‘Othmaan el-Hamlie
6.) Shaych ‘Alie ibn esh-Shaych ‘Othmaan Ziejaad es-Somalie
7.) De Iemaam, de ‘Allaamah, de voormalige Moeftie van het land van Saoedie Arabië, Shaych Mohammed ibn Iebraahiem Aal esh-Shaych, (rahiemehoellaah)
8.) Shaych Jahjaa Faqieh ‘Abasie el-Jemenie
9.) Shaych ‘Abdoel-‘Aziez ibn Baaz (rahiemehoellaah)


Zijn studenten:

Onze Shaych (hafidhehoellaah) heeft vele studenten. Diegene die net zoveel tijd als hij heeft gespendeerd aan het onderwijzen, wat bijna een halve eeuw is, kan wel voorstellen hoeveel studenten hij wel niet heeft. En als we hen hier allen zouden moeten opnoemen, dan zou alleen dat al een boek op zichzelf zijn. Dus ik zal maar een klein aantal van hen noemen als voorbeeld. Aan de hand hiervan kan men zelf wel vaststellen hoe zijn andere studenten zijn. Van onder zijn studenten zijn:

1.) Onze Shaych, de ‘Allaamah, de Moehaddith, de Verdediger van de Soennah, Rabie’ ibn Haadie el-Medchaalie (hafidhehoellaah)
2.) Onze Shaych, de ‘Allaamah, de Faqieh, Zayd ibn Mohammed ibn Haadie el-Medchaalie (hafidhehoellaah)
3.) Onze Shaych, de edele geleerde, ‘Alie ibn Naasir el-Faqiehie (hafidhehoellaah)

Het is voldoende om alleen deze drie namen hier te noemen. En dit is wegens de wijdverspreide faam die zij hebben in de kringen en bijeenkomsten van kennis. Dus niemand kan het ons kwalijk nemen om dit te doen.

Zijn aanleg en intelligentie:

De Shaych bezit een hoog niveau van intelligentie. Het onderstaande verhaal laat zien wat voor een intelligentie en goed geheugen hij had sinds zijn jeugd:

De oom, Shaych ‘Omar ibn Ahmed Djardie el-Medchalie, zei: “Toen Shaych Ahmed in het jaar 1359, op 13-jarige leeftijd, wou gaan deelnemen aan de lessen bij de Selefie School in Saamitha, samen met zijn twee ooms, Hasan an-Nedjmie en Hoesayn an-Nedjmie, luisterde hij naar de lessen die Shaych ‘Abdoellaah el-Qar’aawie gaf aan zijn oudere studenten en vervolgens memoriseerde hij deze lessen.” Ik zeg: “Dit is de beweegreden geweest dat Shaych ‘Abdoellaah el-Qar’aawie Shaych Ahmed liet aansluiten bij zijn lessen voor volwassenen, die hij persoonlijk onderwees. Dit was vanwege datgene wat de Shaych (el-Qar’aawie) zag van zijn superioriteit, snelheid in memorisatie en intelligentie.”

Zijn werken:

Onze Shaych (hafidhehoellaah) heeft als leraar, als vrijwilliger zijnde, in de school van zijn Shaych ‘Abdoellaah el-Qar’aawie gewerkt. Toen de betaalde banen begonnen, werd hem de taak als leraar toegewezen in zijn eigen dorp Nedjaamiejah. Dit was in 1367 na Hidjra. Vervolgens werd hij in 1372 overgeplaatst naar de stad (mesdjied) van Aboe Soebeela in Baalhoerrath om daar Iemaam en leraar te zijn.

In 01/01/1374, toen het educatieve instituut (ma’ahad) in Saamitah was geopend, werd hem daar de positie van leraar toegewezen, een post die hij uitzat tot het jaar 1384 na Hidjra[2]. Vervolgens nam hij ontslag van deze positie met de hoop om een kans te krijgen om te onderwijzen in de Islaamitische Universiteit van Medienah, dus hij reisde naar daar[3]. Echter, er deden bepaalde omstandigheden plaats waardoor het niet gebeurde, dus hij keerde terug naar zijn streek en Allaah bepaalde voor hem dat hij werd aangesteld op de positie van religieuze vermaner en gids voor het Ministerie van Justitie in de streek van Djaazaan. Dus hij bemande de positie van vermaner en adviseerde op de best mogelijke wijze.

Op 01/07/1387 na Hidjra keerde hij, aan de hand van zijn eigen verzoek, terug als leraar op het educatieve instituut in de stad van Djaazaan. In het begin van het schooljaar in 1389 keerde hij terug als leraar naar het instituut van Saamitah. Hij bleef daar als leraar zijnde totdat hij met pensioen ging in 01/07/1410 na Hidjra.

Sinds die tijd tot en met de tijd dat ik deze regels aan het schrijven ben[4], heeft hij zichzelf beziggehouden met het onderwijzen in zijn huis, in zijn plaatselijke moskee en andere moskeeën in de streek, zowel het houden van wekelijkse lessen en de rol op zich te nemen in het voorzien van fataawa (voor vragen). Door dit alles te doen heeft hij gehandeld naar het laatste advies van zijn leraar, welke was om constant te blijven met het onderwijzen en met het zorgdragen van zijn studenten, met name de vreemden onder hen die hun families hebben gelaten (om te studeren). Hij had merkwaardig veel geduld met het bewerkstelligen van dit, dus we vragen Allaah dat Hij hem beloont met ons nut.

Hij werkt ook volgens het laatste advies van zijn leraar, Shaych el-Qar’aawie, door voortzetting van zijn studies en in het onderzoeken en leren van anderen. Dit is in het bijzonder met betrekking tot de wetenschap en principes van Hadieth en Fiqh, betreffende dergelijke was het dat hij zijn collega’s overtrof en een sterke vaardigheid had in die aangelegenheid. Moge Allaah zijn leven en zijn kennis zegenen en ons doen laten profiteren van zijn prestaties.

Zijn boeken van kennis:

Onze Shaych (hafidhehoellaah) heeft vele boeken geschreven waarvan sommige zijn gepubliceerd en sommige niet. Wij vragen Allaah dat Hij het makkelijk maakt om deze boeken te publiceren zodat het profijt hiervan eruit gehaald kan worden. Van zijn boeken zijn o.a.:

1.) Auwdahoel-Ishaarah fie er-Radd ‘alaa men abaaha el-Mamnoo’ minaz-Ziejaarah
2.) Ta’siesoel-Ahkaam Sharh ‘Oemdatoel-Ahkaam – hier is alleen maar een heel klein beetje van gepubliceerd
3.) Tanziehoesh-Sharie’ah ‘an Iebaadatiel-Araanie el-Chalie’ah
4.) Risaalatoel-Irshaad ilaa Bayjaaniel-Haqq fie Hoekmiel-Djihaad (Een boek wat de regels van Djihaad uitlegt)
[5]
5.) Risaalatoen fie Hoekmiel-Djahr bil-Basmalah (De uitspraak over het hardop zeggen van de Bismillaah in het gebed)
6.) Fat’hoer-Rabb el-Wadoed fie el-Fataawaa wer-Roedoed (Een verzameling van fataawa)
7.) El-Mauwrid el-Adh’b ez-Zilaal fiemaa intaqada ‘alaa ba’adiel-manaahidj ed-Da’wiejah in el-‘Aqaa’id wel- ‘Amaal (Een boek wat een weerlegging is van de hedendaagse sektes, namelijk de Tablierie Djamaa’at en Ichwaan el-Moslimoen).


En er zijn ander profijtvolle boeken die hij heeft voorgedragen aan de moslims, moge Allaah hem belonen met het beste van de beloningen en moge Hij de Islaam en de Moslims profijt geven door middel van hem. En moge de Vrede en Zegen van Allaah op onze Profeet Mohammed, zijn familie en metgezellen zijn. Amien.

[1] Hij is Shaych ‘Abdoellaah bin Mohammed bin Hamd el-Qar’aawie (rahiemehoellaah) één van de vaandeldragers van de Soennah en uitnodigers naar de Soennah in zijn tijd. Hij was een student van de grote geleerden van de streek Nadj en stond bekend als een hervormer van het geloof van Allaah. Hij verduidelijkte voor de mensen de weg van de Tauwhied en Leiding en was een strijder tegen elke dwaling en misleiding. Hij overleed in de stad Riyaad op 8 Djoemaad el-Awwal in het jaar 1389NH.
[2] Voetnoot van de Engelse vertaler: Hij onderwees samen met Shaych Haafidh el-Hakamie en Shaych Naasir Chaloofah in deze school.
[3] Voetnoot van de Engelse vertaler: De Shaych zegt hierover in zijn boek el-Fataawaa el-Djaliejah (pag. 7): “Ik verlangde hevig om bij de Islaamitische Universiteit aangesteld te zijn als leraar, in het bijzonder omdat in die tijd Shaych Mohammed Naasiroed-Dien el-Albaanie, de welbekende Moehaddith, en Shaych ‘Abdoel ‘Aziez ibn Baaz, die de adjunct-directeur was van de school, aanwezig waren daar. Ik wilde dicht bij hen zijn om zo kennis van hen op te kunnen doen. Ik verlangde dit hevig, maar Allaah wilde het niet voor mij. Dus toen schreef ik me in op de Universiteit (van Medienah) maar Allaah had dat ook niet voor mij bepaald.”
[4] Voetnoot vertaler: En ik deze regels aan het vertalen ben (04/07/1423 na Hidjra)
[5] Voetnoot vertaler: Shaych Saalih el-Fauwzaan zegt in zijn introductie en aanprijzing van het boek van de edele Shaych Ahmed bin Jahjaa an-Nedjmie “El-Irshaad Ilaa Bayjaaniel-Haqq fie Hoekmiel-Djihaad”: En terwijl we tegenover de groep staan die de Djihaad alleen ziet als een middel van verdediging en het bevel voor Djihaad om andere redenen verwerpt, is er een andere groep die overdrijven in het bevestigen van die Djihaad, tot dat zijhet verplicht zien voor ieder individu, in zijn totaliteit, onbeperkt, en dat het meer verplicht is dan het gebed en de Zakaah. Het heeft voorrang over de rechten van de ouders. En zij houden zich vast aan sommige van de teksten waarin het bevel en aansporing voor de Djihaad staat, zonder naar de andere teksten te kijken die dit uitleggen en het beperken. En de fout van beide groeperingen ontstaat doordat men onwetend is over de regels van het logisch afleiden uit de uitspraken (uit de teksten) en deze uitspraken vervolgens te begrijpen. En onwetendheid is zeer zeker een fatale ziekte. En de gerespecteerde Shaych Ahmed bin Jahjaa an-Nedjmie houdt deze latere groep met de rug tegen de muur, zo weerlegde hij hen met een sufficiënte en aangename weerlegging… (Einde citaat, pag. 12)

0 reacties:

Een reactie plaatsen

Live duroos