Ibn Taymiyyah

Shaychoel-Islaam Ibn Taymiyyah rahiemehoellaah:

Zijn Naam en Afkomst:

Zijn naam is Ahmed bin Abdoel-Haliem bin Abdoes-Salaam bin `Abdoellaah bin Aboe Qaasim ibn Taymiyyah al-Harraanie Taqie ad-Dien Aboel-Abbaas bin Shihaab ad-Dien. Hij is geboren in Harraan, een oude stad op het Arabisch Schiereiland tussen Syrië (1) en Irak, op de tiende of de twaalfde van de maand Rabie` al-Awwal in het jaar 661H. Hij en zijn familie werden later gedwongen om naar Damascus te vluchten vanwege de bezetting door de Tartaren.

Hij stamt uit een familie van geleerden, zijn vader en zijn grootvader waren beide geleerden, evenals drie van zijn broers: Abdoer-Rahmaan, `Abdoellaah en zijn half-broer, Mohammed.

Zijn Opvoeding en Studie:

Tijdens de eerste jaren van zijn studie over Islaam, bleef hij zijn leraren verbazen met de kracht van zijn geheugen, intelligentie en scherp begrip. Er wordt gezegd dat hij al fataawa mocht geven toen hij nog maar negentien jaar oud was, en hij begon les te geven op Daar al-Hadieth as-Sukriyyah toen hij tweeëntwintig was.

Hij werd erg beroemd vanwege zijn kennis van hadieth, hij was een Haafiedh (Meester in Hadieth ). Iedereen was tevens onder de indruk van zijn enorme kennis over de Qor’aan zoals bleek tijdens zijn lessen in tafsier, maar ook van andere vormen van kennis die er verband mee hebben. Hij verkreeg ook deskundigheid in Oesoel al-Fiqh en Fiqh, kennis over het verschil van meningen onder de bestaande geleerden, schrijfkunst, wiskunde, geschiedenis, astronomie en geneeskunde. Veel van de geleerden uit zijn tijd getuigden dat hij de status van Moedjtahied had verkregen.

Enkele van zijn bewonderenswaardige Inspanningen en Daden:

Hij had altijd veel belangstelling voor de omstandigheden en het welzijn van de Moslims, wat zich in grote mate manifesteerde tijdens de Djiehaad tegen de Tartaren, Christenen en Rawaafidah. Uitingen van heldhaftigheid, moed en inspirerende toespraken waren een aantal van de meest belangrijke factoren in de overwinning van de Moslims tegen hun vijanden. Deze toewijding werd door vele geleerden geprezen en bewonderd, maar daarnaast ook door menige generaties Moslims tot aan de dag van vandaag.

Afgezien van de fysieke Djiehaad, lanceerde Ibn Taymiyyah een intellectuele strijd tegen de verschillende dwalende sekten en ketterse ideeën die aanwezig waren in zijn tijd. Hij weerlegde de Shie’a, de Mensen van Theologische Retoriek (Ahl al-Kalaam) –zoals de Djahmiejah, Mo’tazielah en velen van de Ashaa’irah, de filosofen die de leer van de oude Grieken toepasten (falaasifa), de meerderheid van de Soefie sekten en ideologien en zo ook de aanhangers van andere religies. Zijn kritiek was niet gebaseerd op een gebrek aan kennis, integendeel, het is zelfs zo dat hij eerst diepgaande kennis vergaarde over elke school die hij weerlegde, zodat zijn kritiek op hen systematisch, scherpzinnig en geldig was. Er wordt bijvoorbeeld gezegd dat zijn weerlegging van de Griekse filosofie één van de meest vernietigende aanvallen was die óóit tegen hen zijn ondernomen. Zijn weerlegging van het Christendom was voortreffelijk en zo ook die van de Shie’ah, waarin hij hun geloofsovertuigingen en innovaties van wortel tot tak compleet omverwierp.

Het is natuurlijk onnodig om te zeggen dat hij door deze weerleggingen, en zijn zeer directe methoden in het weerleggen, veel vijanden maakte en dat tijdens zijn leven resulteerde in vele beproevingen en zelfs vervolgingen. Zijn vijanden hielden hem nauwlettend in de gaten, wachtend op het moment dat zij iets zouden vinden waarmee ze hem konden aanvallen. Uiteindelijk vonden ze waar ze naar zochten in zijn werken getiteld ‘Aqiedah al-Waasitiyyah’ en ‘Aqiedah al-Hamawiyyah’. Dankzij hun totale misvatting van wat hij had geschreven, beschuldigden zij hem van Tadjsiem (antroformisme) en stopten hem op meerdere gelegenheden in de gevangenis. Ibn Kethier vermelde dat een paar geleerden met Ibn Temiejah gingen zitten om met hem te debatteren betreffende zijn ‘Aqiedah al-Waasitiyyah’, het debat eindigde met dat zij het met hem eens waren betreffende hetgeen hij geschreven had. (2) Eveneens vermelde Ibn Kethier dat een paar geleerden met hem debatteerden betreffende ‘Aqiedah al-Hamawiyyah’, zijn antwoorden op hun beschuldigingen konden niet worden weerlegd. (3) Ibn Taymiyyah werd weer gevangen genomen, deze keer vanwege een fatwa die hij had uitgesproken betreffende echtscheiding, en daarna zelfs nog een keer voor het geven van een fatwa waarin hij zei dat het niet toegestaan was om reizen te ondernemen met het doel om graven te bezoeken. Hij overleed tijdens zijn gevangenschap.

Met het oog op zijn persoonlijkheid en standvastigheid in de aanbidding, oefende hij een grote en aanhoudende invloed uit op iedereen die hem ontmoette. Hij stond bekend om zijn aanbidding en verheerlijking van de Islaamitische wetten, zowel innerlijk als uiterlijk. Zijn volledig vertrouwen in Allaah wordt het best verwoord door hetgeen wat zijn student, Ibn al-Qayyim, van hem overgeleverd heeft wanneer hem werd verteld dat zijn vijanden samen zweerden om hem te vermoorden of gevangen te zetten:

“Als ze mij vermoorden dan zal het een martelaarschap voor mij zijn. Als ze mij verbannen, zal het een migratie voor mij zijn; al zouden ze mij naar Cyprus verbannen, dan zou ik de mensen daar naar de religie van Allaah uitnodigen, net zolang totdat ze mij antwoorden. Als ze mij gevangen nemen, dan zal dat voor mij een plaats van aanbidding zijn.” (4)

Ibn al-Qayyim (rahiemehoellaah) levert ook van hem over dat:

“Degene die werkelijk opgesloten zit, is degene wiens hart gesloten blijft voor Allaah. En degene die (echt) gevangen zit, dat is iemand die gevangen is door zijn begeerte.” (5)

Zijn Leraren: (6)

Hij studeerde onder een groot aantal geleerden waarvan hij er een aantal heeft genoemd, zoals door adh-Dhahabie overgeleverd wordt, die het direct van hem heeft gehoord. (7) In deze kroniek van leraren worden eenenveertig mannelijke geleerden en vier vrouwelijke geleerden vermeld. Het totale aantal geleerden waarvan hij kennis nam was zelfs meer dan tweehonderd. (8)

Het volgende is een selectie van een aantal van zijn leraren:

- Aboe al-Abbaas Ahmed ibn Abdoel-Daa’im al-Maqdasie
- Aboe Nasr `Abdoel-Aziez ibn Abdoel-Moen’im
- Aboe Mohammed Ismaa’iel ibn Ibraahiem at-Tanoechie
- Al-Manjaa ibn `Uthmaan at-Tanoechie ad-Dimashqie
- Aboe al-Abbaas al-Moe’ammil ibn Mohammed al-Baalisie
- Aboe `Abdoellaah Mohammed ibn Abie Bakr ibn Soeleymaan al-
Aamirie
- Aboe al-Faraj Abdoer-Rahmaan ibn Soeleymaan al-Baghdaadie
- Sharaf ad-Deen al-Maqdasie, Ahmed ibn Ahmed ash-Shaafi’ie
- Mohammed ibn Abdoel-Qawie al-Maqdasie
- Taqie ad-Dien al-Waasitie, Ibraahiem ibn Alie as-Saalihie al-Hanbalie
- Zijn tante van vaderszijde, Sitt ad-Daar bint Abdoes-Sallaam ibn
Temiejah

Zijn Studenten:

Hij had vele studenten en degenen die door hem zijn beïnvloed zijn talloos, enkele van zijn studenten zijn:
- Ibn al-Qayyim al-Jawziyyah, Mohammed ibn Abie Bakr
- Adh-Dhahabie, Mohammed ibn Ahmed
- Al-Mizzie, Yoesoef ibn Abdoer-Rahmaan.
- Ibn Kethier, Ismaa’iel ibn `Omar.
- Ibn Abdoel-Haadie, Mohammed ibn Ahmed.
- Al-Bazzaar, ‘Omar ibn Alie.
- Ibn Qaadie al-Jabal, Ahmed ibn Hoessain
- Ibn Fadlillaah al-Amrie, Ahmed ibn Yehyaa.
- Mohammed ibn al-Manjaa ibn Uthmaan at-Tanoechie.
- Yoesoef ibn Abdoel-Mahmoed ibn Abdus-Sallaam al-Battie.
- Ibn al-Wardie, Zayn ad-Dien Aboe Hafs.
- Ibn Moeflih, Shams ad-Dien Aboe `Abdoellaah.


De lofprijzingen van enkele geleerden:

Vele geleerden prezen Ibn Taymiyyah, niet alleen voor zijn wetenschappelijke prestaties maar ook voor zijn actieve deelname aan de Djiehaad en de zaken betreffende het publieke welzijn, zijn overvloedige belangstelling voor anderen en zijn standvastigheid in de aanbidding.

Hieronder staan een aantal van deze uitspraken:

1. Al-Haafiedh adh-Dhahabie (rahiemehoellaah) zei:

“Het was verbazingwekkend wanneer hij een zaak vermeldde betreffende een verschil van mening, hij gaf het bewijs, koos de beste mening en verrichte idjtihaad door aan alle vereisten te voldoen. Ik heb nog nooit iemand gezien die sneller was in het voor de geest halen van Verzen die betrekking hebben op de zaak die eruit voortvloeit, noch een man die sterker was in het voor de geest halen van teksten en het refereren naar hun bronnen. Het leek alsof de Soennah recht voor zijn ogen lag en op het puntje van zijn tong, gepaard met welsprekende bewoordingen en open ogen.

Hij was een teken van de tekenen van Allaah in tafsier en het uiteenzetten ervan. Met het oog op de fundamenten van de religie en kennis over het verschil van meningen (over een bepaalde zaak), was hij ongeëvenaard. Dat alles naast zijn vrijgevigheid, moed en gebrek aan aandacht voor de lusten van de ziel.

Het zou goed kunnen dat zijn fataawa, over verschillende wetenschappelijke onderwerpen, een aantal van wel driehonderd volumes omvatten, waarschijnlijk meer. Hij sprak altijd de waarheid omwille van Allaah, en gaf er niets om als mensen hem dat niet in dank afnamen.
Degenen die betrekkingen met hem hadden en hem goed kenden, verwijten mij dat ik hem tekort schiet. Degenen die hem bestreden en het niet met hem eens zijn, beschuldigen mij dat ik overdrijf, en beide partijen (zowel zijn metgezellen als zijn tegenstanders) hebben mij onrecht aangedaan.

Hij had een blanke huid en zwart haar, een zwarte baard met een paar grijze haren. Zijn haar reikte tot aan zijn oorlellen en zijn ogen leken alsof ze spraken. Hij had brede schouders en een luide, heldere stem met een snelle recitatie. Hij werd snel boos maar hij overwon het met geduld en verdraagzaamheid.

Ik heb zijn gelijke in het maken van doe’a (naar Allaah) niet ontmoet, noch in het vragen van bijstand bij Hem, noch in zijn overvloedige betrokkenheid bij anderen. Desondanks geloof ik niet dat hij onfeilbaar is, het is zelfs zo dat ik zowel in een aantal fundamentele als in een aantal ondergeschikte zaken het niet met hem eens ben, omdat hij – ondanks zijn enorme kennis, heldhaftigheid, goed denkvermogen en hoge achtneming voor de onschendbaarheid van de Religie – een man was zoals elke man. Hij kon overmand worden door scherpheid en boosheid tijdens een discussie, en vervolgens zijn tegenstander (verbaal) aanvallen waardoor hij vijandschap jegens hem in hun zielen plantte.

Als hij nou maar een beetje zachtaardiger was geweest voor zijn tegenstanders dan zou er een woord van overeenstemming over hem zijn (dan zouden er nog meer mensen zijn terug gekomen uit hun dwaling). Maar voorwaar, grote geleerden bogen zich over zijn geleerdheid, erkende zijn kundigheid, gemis aan fouten en gaven toe dat hij een oceaan zonder grenzen was en een kostbare schat zonder gelijke…

Hij hield de gebeden en het vasten in stand, en verheerlijkte de wetten uiterlijk en innerlijk. Hij gaf geen fataawa vanuit een slecht begrip want hij was extreem intelligent, noch vanuit schaarse kennis want hij was een overvloedige oceaan. Noch speelde hij met de religie, want hij onttrok zijn bewijs uit de Qor’an, Soennah en Qiyaas (analogie), hij bewees (zijn standpunten) en argumenteerde via dezelfde voetstappen als de Iemaams die hem voorgingen, dus hij heeft één beloning wanneer hij een fout beging en twee beloningen als hij het goed had.

Hij werd ernstig ziek in een kasteel (waar hij gevangen was genomen) en overleed aan de gevolgen ervan op Maandag de 20e van Dhoel Qa’idah, en zij hielden het begrafenisgebed in de Moskee van Damascus. Vervolgens spraken de mensen over het aantal dat aanwezig was bij zijn begrafenisgebed, het laagste aantal waar over gesproken werd was vijftigduizend. (9)

2. Ibn Hajr al-Asqalaanie (rahiemehoellaah) zei:

“De Shaych van onze Shaychs, al-Haafiedh Aboe Yu’marie [ibn sayyid an-Naas] zei in zijn biografie over Ibn Taymiyyah, ‘al-Mizzie moedigde mij aan om mijn mening over Shaychoel-Islaam Taqie ad-Dien uit te drukken. Ik ondervond dat hij van degenen was die bergen met kennis vergaarden over de wetenschappen die hij had. Hij memoriseerde de Soenan en Aathar (overleveringen) niet alleen, maar voerde ze ook altijd uit. Wanneer hij sprak over tafsier dan droeg hij zijn vaandel en wanneer hij een wettelijke uitspraak deed in fiqh dan kende hij de limieten. Mocht hij over een hadieth spreken dan was hij de metgezel over zijn betekenis en volledig op de hoogte van zijn overleveringen. Wanneer hij een lezing gaf over religiën en sektes dan was er niemand aanwezig die meer bevattingsvermogen had of nauwkeuriger was dan hij. Hij overtrof zijn tijdsgenoten in elke wetenschap, je zou iemand zoals hij niet meer te zien krijgen en zelfs zijn eigen ogen zouden zo iemand ooit meer te zien krijgen…” (10)


3. Ibn Hajr (rahiemehoellaah) zei ook:

“De roem van Taqie ad-Dien is meer befaamd dan dat van de zon en de betiteling van ‘Shaychoel-Islaam van zijn tijd’, blijft tot op de dag van vandaag op de tongen van de mensen van begrip. Niemand weerlegt hem behalve iemand die onwetend is over zijn gezag of iemand die zich afkeert van gerechtigheid…

…enkele uitspraken die niet van hem worden aangenomen, zijn niet door hem uitgesproken uit grilligheid of begeerte noch bleef hij hardnekkig en met opzet volhouden wanneer er een bewijs tegen hem gevestigd werd (en hem de waarheid duidelijk werd). Hier zijn zijn werken die vol staan met weerleggingen van degenen die hem beschuldigden van tadjsiem (antroformisme), desondanks is hij een man die fouten maakt en ook correct is. Dus hetgeen waar hij correct in is, en dat is het meeste, daar moet men profijt van nemen en men moet voor hem Genade vragen aan Allaah, en hem niet blind volgen in hetgeen waarin hij fout was. Voorwaar, hij wordt geëxcuseerd voor zijn fouten omdat hij één van de Iemaams van zijn tijd is en er is voor hem getuigd dat hij voldeed aan de vereisten voor het maken van idjtihaad…

Van de ontzagwekkende kwaliteiten van deze man was dat hij één van de strengste was tegen de Mensen van Innovatie, de Rawaafidah, de Hoeloeliyyah en de Ittihaadiyyah. Zijn werken betreffende dit onderwerp zijn talloos en befaamd en zijn fataawa erover kunnen niet geteld worden, dus hoe blij moeten deze innoveerders wel niet geweest zijn toen zij degenen zagen die hem tot kaafir verklaarde! En hoe verrukt zij waren wanneer zij zagen dat degenen die hem niet tot kaafir verklaarde zelf ook tot kaafir werden verklaard! Het is verplicht voor degene die zich hult in het gewaad van kennis en in het bezit is van een goed verstand dat hij de woorden van deze man in overweging neemt, welke staan vermeld in zijn welbekende boeken of die overgeleverd worden door de tongen van degenen die betrouwbaar zijn in het nauwkeurig overbrengen van zijn woorden. Vervolgens moet hij hetgeen dat niet van hem wordt aangenomen (zijn fouten) afscheiden van alles waar hij wel correct in was en waarschuwen voor de gemaakte fouten met de intentie om oprecht advies te geven en men moet hem prijzen voor hetgeen waar hij correct in was, zoals dit ook de manier van de geleerden is.

Al zou Shaych Taqie ad-Dien geen verdiensten hebben behalve zijn beroemde student Shaych Shams ad-Dien Ibn al-Qayyim al-Jawziyyah, schrijver van vele werken waarvan zowel zijn tegenstanders als zijn aanhangers geprofiteerd van hebben, dan zou dat voldoende indicatie zijn voor Ibn Taymiyyah’s hoge positie. En hoe kan dat dan ook anders wanneer de Shaafi’ie Imaams en anderen, niet te spreken over de Hanbalies, van zijn tijd hebben getuigd voor zijn verhevenheid in de (Islaamitische) wetenschappen…” (11)

4. Ibn Kethier (rahiemehoellaah) zei:

“Het minste wat hij zou doen wanneer hij iets hoorde was het te memoriseren en zichzelf ermee bezig houden en het te bestuderen. Hij was intelligent en heeft veel zaken van buiten geleerd, hij werd een Imaam in tafsier en alles wat ermee te maken had en was zeer kundig in fiqh. Voorwaar, het werd gezegd dat hij beter was ingelicht over de Madh-habs dan de volgers van diezelfde Madh-Habs in zijn tijd en in andere tijden. Hij was een geleerde in Usoel en de takken van de religie, in grammatica, de taal en andere tekstuele en intellectuele wetenschappen… geen enkele geleerde sprak met hem behalve dat hij zag dat die wetenschap een specialiteit van Ibn Taymiyyah was. Wat hadieth betreft, hij was de drager van zijn vaandel, een Haafiedh, in staat om de zwakke van de authentieke te onderscheiden, volledig bekend met de overleveraars…” (12)

Hij zei ook:

“Hij was, moge Allaah genade met hem hebben, één van de allergrootste geleerden maar tevens iemand die zich kan vergissen en ook correct kan zijn. Desondanks zijn zijn vergissingen te vergelijken met een druppel in een enorme oceaan en worden hem vergeven zoals authentiek is overgeleverd door Boechaarie:

“Als een rechter een uitspraak doet, en hij correct is dan heeft hij twee beloningen, en als hij zich vergist heeft dan heeft hij één beloning.” ”

5. Al-Haafiedh al-Mizzie (rahiemehoellaah) zei:

“Ik heb nog nooit iemand gezien die aan hem gelijk is en zelfs zijn eigen ogen hebben ooit iemand gezien die aan hem gelijk is. Ik heb nog nooit iemand gezien die kundiger is in het Boek en de Soennah van Zijn Boodschapper dan hij, noch iemand die hen beter volgden.” (13)

6. Al-Haafiedh Ibn Daqieq al-Eid (rahiemehoellaah) zei:

“Toen ik Ibn Taymiyyah onmoette zag ik een man met alle wetenschappen voor zijn ogen, hij nam van hen wat hij wilde en hij liet hetgeen wat hij wilde.” (14)

7. Al-Haafiedh al-Bazzaar (rahiemehoellaah) zei:

“Ik heb hem nog nooit horen spreken over de pleziertjes en aantrekkelijkheden van deze wereld, hij ging niet in op wereldse gesprekken en vroeg nooit naar iets van haar bestaan. In de plaats daarvan richtte hij zijn aandacht en gesprekken liever op het zoeken van het Hiernamaals en hetgeen wat hem dichter bij Allaah brengt.” (15)

8. Shaych Mullaa Alie al-Qaarie (rahiemehoellaah) zei:

“Het zal degene die ‘Madaarij as-Saalikien’ (van Ibn al-Qayyim) bestudeert, duidelijk worden dat deze twee (Ibn Temiejah en Ibn al-Qayyim) tot de grootste van Ahloes Soennah wal Jamaa’ah behoren, en van de Awliyaa van deze natie zijn.” (16)

9. Al-Haafiedh Abdur-Rahmaan ibn Rajab al-Hanbalie (rahiemehoellaah) zei:

“Hij is de Iemaam, de Jurist, de Moejtahied, de Hadieth Wetenschapper, de Haafiedh, de Uitlegger van de Qur’an, de Asceet, Taqie ad-Dien Aboe al-Abbaas Shaych al-Islaam, de meest kundige van de deskundigen. Het is niet mogelijk om te overdrijven in zijn roem wanneer er over hem gesproken wordt en zijn bekendheid heeft het niet nodig dat wij er lang over hoeven te spreken. Hij, moge Allaah genade met hem hebben, was uniek in zijn tijd met betrekking tot het begrijpen van de Qur’an en kennis van de werkelijkheden van het geloof…” (17)

10. Iemaam As-Soeyoetie (rahiemehoellaah) zei in het verloop van het behandelen van zijn biografie:

Shaych al-Islaam, de Haafidh, de Jurist, de Moejthahied, de voortreffelijke Moefassir, de zeldzaamheid van zijn tijd, de Geleerde van de Asceten…(18)


Zijn Dood:

Ibn Taymiyyah (rahiemehoellaah) stierf op de twintigste van Dhul al-Qa’dah in het jaar 728H tijdens zijn gevangenschap, nadat hem al enige tijd werd verboden om te lezen of te schrijven. Hij werd enkele dagen voor zijn dood getroffen door ziekte.

Zijn begrafenis werd bijgewoond door een enorme menigte ondanks de leugens en lasterpraatjes die werden verspreid door bepaalde innovators van zijn tijd. Al-Bazzaar (rahiemehoellaah) zei:

“Wanneer het de mensen bekend werd dat hij gestorven was, bleef er niet één persoon in Damascus over die de mogelijkheid had en er daadwerkelijk heen wou, behalve dat hij op zijn begrafenis verscheen en er aanwezig was. Dat had als gevolg dat alle marktplaatsen in Damascus gesloten werden en alle dagelijkse handelingen tot een halt kwamen… Gouverneurs, leiders, geleerden, juristen, allen kwamen naar buiten. Het werd gezegd dat niemand van de meerderheid van de mensen afwezig waren – naar mijn weten – behalve drie individuen, zij waren welbekend voor hun vijandigheid jegens Ibn Taymiyyah. Vandaar dat zij zich schuil hielden van de mensen uit angst voor hun levens.” (19)

Ibn Kethier (rahiemehoellaah) heeft gezegd:

“Er waren zo veel mensen aanwezig aan de voorkant van de begrafenis, erachter, aan de rechterkant en aan de linkerkant ervan, dat niemand het aantal op zou kunnen sommen behalve Allaah. Vervolgens schreeuwde iemand: “Dit is hoe de begrafenissen van de Imaams van de Soennah moeten zijn!” Waarop de mensen massaal begonnen te huilen… toen de oproep voor het Dhor gebed werd omgeroepen, baden zij kort erna volgens de gebruikelijke norm. Wanneer zij klaar waren met het gebed, kwam de plaatsvervanger van de khatieb naar buiten – omdat de hoofd-kathieb in Egypte was en daarom afwezig – en leidde het gebed over Ibn Taymiyyah… toen stroomde er een mensenmassa toe van alle kanten en alle deuren van de Moskee… en zij verzamelden zich op het al-Khayl marktplein.” (20)

Zijn Werken:

Ibn Taymiyyah was een overvloedige schrijver en schreef een groot aantal werken bestaande uit vele verschillende onderwerpen. De opsomming van het aantal werken dat hij geschreven schijnt te hebben bestaat uit wel honderd volumes en ondanks dat er een groot aantal van verloren is geraakt, zijn er nog steeds vele exemplaren verkrijgbaar. Een aantal van zijn werken zijn vertaald, hieronder staat een lijst met de desbetreffende werken, gevolgd door een aantal van zijn werken in het Arabisch. (21)

Enkele boeken van, of over, Ibn Taymiyyah die verkrijgbaar zijn in de Engelse taal:

1. Ibn Taymiyyah on Public and Private Law in Islaam or Public Policy in Islamic Jurisprudence [tr. Omar A. Farrukh, Kayats, 1966]
2. A Seventh Century Sunni Creed: The Aqida al-Wastiya of ibn Taymiya [tr. Merlin Swartz, the Hague: Mouton, 1973]
3. Public Duties in Islam [tr. Muhtar Holland, The Islamic Foundation, 1402/1982]
4. The Concise Legacy [tr. Farhat Abbaas, Jam’iyyah Ihyaa Minhaaj as-Sunnah, 1415/1994]
5. Introduction to the Principles of Tafseer [tr. Muhammad Abdul Haqq Ansari, al-Hidaayah, 1414/1993]
6. The Criterion Between the Allies of the Merciful en the Allies of the Devil [translator not mentioned, Idara Ihya-us-Sunnah, 1993].
7. Ibn Taymiyyah Against the Greek Logicans [tr. Wal B. Hallaq, Oxford University Press, 1993]
8. Aqeedah al-Waasitiyyah [tr. Assad Nimar Busool, IQRA International Educational Foundation, 1994]; Sharh Aqeedah al-Waasitiyah [commentary Muhammad Khalil Harras, tr. Muhammad Rafiq Khan, Dar-us-Salam Publications, 1416/1996]
9. Mukhatasar Iqtidaa as-Siraat al-Mustaqeem [Dar-us-Salam Publications, 1416/1996]
10. The book of Eemaan [compiled from the works of Ibn Taymiyyah by Dr. Muhammad Nasim Yasim, al-Firdous Ltd., 1997]
11. Diseases of the Hearts and their Cures [tr. Abu Rumaysah, Daar us-Sunnah, 1418/1998]
12. Ibn Taymiyyah’s Letters from Prison [tr. Abu Ammar, Message of Islam, 1419/1998]
13. The Waasitah Between Allaah & The Creation [tr. Abu Iyaad Amjad Rafiq, Invitation to Islaam, 1998]
14. Al-Ubudiyyah [tr. Nasir ud-Deen Khattaab, Taha Publishers Ltd]; also translated as Ibn Taymiyyah’s Essay on Servitude [tr. Abu Safwan Fareed ibn Haibatan, al-Hidaayah, 1420/1999]
15. Kitab al-Iman: Book of Faith [tr. Salman Hasan al-Ani, Iman Publishing House, 1999]
16. Ibn Taimiya’s Struggle Against Popular Religion: with an annotated translation of his Kitab Iqtida as-Sirat al-Mustaqim Mukhalafat Ashab al-Jahim [Muhammad Umar Memon, the Hague: Mouton, 1976]
17. Ibn Taymiyyah and his Projects of Reform [Serajul Haque, Islamic Foundation of Bangladesh, 1982]
18. Ibn Taymiyyah’s Ethics [Victor E. Makari, Scholars Press, 1983]
19. A Muslim Theologian’s Response to Christianity: Ibn Taymiyyah’s al-Jawab as-Sahih [ed. Thomas F. Michel, Caravan Books, 1985]
20. Economic Concepts of Ibn Taymiyyah [Abdul Azim Islahi, The Islamic Foundation, 1408/1988]
21. The Political Thought of Ibn Taymiyyah [prof. Qamaruddin Khan, Adam Publishers & Distributers, 1992]
22. Ibn Taymiyyah & The Islamisation of Knowledge [Taha Jabir al-Alwani, IIIT, 1994]

Er zijn vele werken van Ibn Taymiyyah verkrijgbaar in het Arabisch, dit zijn onder andere:

1. Majmoe’ Fataawaa ibn Taymiyyah [verzameld door Abdoer-Rahmaan ibn
Qaasim en zijn zoon Mohammad, in zevenendertig volumes].
2. Fataawaa al-Koebraa, in vijf volumes.
3. Fataawaa al-Misriyyah.
4. Al-Jawaab as-Sahieh li man Baddala Dien al-Masieh, in zes volumes.
5. Minhaadj as-Soennah an-Nabawiyyah, in zes volumes.
6. Darr Ta’aaroed al-Aql wa an-Naql, in twaalf volumes.
7. As-Saarim al-Masloel alaa Shaatim ar-Rasoel, in drie volumes.
8. Naqd at-Ta’sies.
9. Iqtidaa as-Siraat al-Moestaqiem li Moechaalafah As-haab al-Djahiem, in
twee volumes.
10. Al-Istiqaamah.
11. Naqd Maraatib al-Ijmaa.
12. ar-Radd alaa al-Mantiqiyyien.
13. ar-Radd alaa al-Akhnaa’ie.
14. ar-Radd alaa al-Bakrie.
15. an-Noeboewwaat.
16. Qaa’idah Adhiemah fie al-Farq bayn Ibaadah Ahl al-Islaam wal Iemaan
wa Ibaadah Ahl al-Islaam wal Iemaan wa Ibaadah Ahl ash-Shirk wan Nifaaq.
17. Al-Qaqaa’id an-Noeraaniyyah al-Fiqhiyyah.
18. Tafsier ibn Taymiyyah [verzameld door Abdoer-Rahmaan Oemayrie, in
zeven volumes].


Voetnoten:

1. Het gebied Shaam, in die tijd een gebied dat Syrië, Jordanië, Libanon en
Palestina omvatte.
2. ‘Bidaayah wa an-Nihaayah’ [Vol. 14, onder de kop ‘Aqd Majaalis ath-
Thalaatha’].
3. Bidaayah wa an-Nihaayah’ [14/5].
4. ‘Naahiyah min Hayaah Shaykh al-Islaam’ [p. 30].
5. ‘Al-Waabil as-Sayyib’ [p. 61].
6. Verwijzing naar: ‘Majmoe Fataawa Shaykh al-Islaam’ [18/76-121]; ‘Dhayl ibn Rajab’ [2/387]; ‘al-Bidaayah wa an-Nihaayah’ [14/136-137]; adh-Dhahabie, ‘Tadhkirah al-Hoeffaadh’ [3/1496]; Ibn Hajr al-Asqalaanie, ‘ad-Durar al-Kaaminah fie Ayaan al-Mi’ah ath-Thaaminah’ [1/154].
7. Verwijzing naar: ‘Majmoe al-Fataawa’ [18/76-121]
8. Verwijzing naar: ‘Al-Uqud ad-Durriyyah’ [p. 3] en ‘al-Kawaakib ad-
Durriyyah’ [p. 52].
9. Ibn Hajr, ‘ad-Durar al-Kaaminah’ [in het gedeelte, biografie van Ibn
Taymiyyah]
10. Ibid.
11. Uit Ibn Hajr’s bevestiging van ‘Radd al-Waafir’ vermeld aan het einde van
het boek.
12. Ibn Kethier, ‘al-Bidaayah wan Nihaayah’ [14/118-119]
13. Bahjatul Baitaar, ‘Hayaat Shaykh al-Islaam ibn Taymiyyah’ [p. 21].
14. Saalih al-Faawzaan, ‘Min Mashahier al-Moejaddidayn’ [p. 26].
15. Al-Bazzaar, ‘al-A’laam al-Aliyyah’ [p. 52].
16. Alie al-Qaarie, ‘Mirqaat al-Mafaatieh’ [8/251-252] zoals staat vermeld in,
‘Shoeboehaat Ahl al-Fitna’ van Abdoer-Rahmaan Dimashqiyyah.
17. Ibn Rajab, ‘adh-Dhail ‘alaa Tabaqaat al-Hanaabilaa’ [2/387-392].
18. As-Soeyoetie, ‘Tabaqaat al-Hoeffaadh’ [p. 516 num. 1144] en ‘al-Ashbaah
wa al-Nadhaa’ir’ [3/683].
19. ‘Al-A’laam al-Aliyyah’ [p. 82-83]
20. ‘Al-Bidaayah wa An-Nihaayah’ [14/138].
21. Geen van beide lijsten zijn compleet, het aantal werken is veel groter. In het Nederlands zijn er maar weinig tot geen van de werken van Ibn Taymiyyah te krijgen. Laten we hopen dat dat in de nabije toekomst zal veranderen.

0 reacties:

Een reactie plaatsen

Live duroos